Wie aan Zuid-Amerikaanse wijn denkt, komt meestal uit bij Argentinië of Chili. Brazilië speelt in de internationale wijnwereld nog altijd een bescheiden rol, maar dat betekent niet dat het land oninteressant is. Integendeel. De afgelopen decennia heeft Brazilië een opmerkelijke ontwikkeling doorgemaakt: van producent van eenvoudige tafelwijnen naar een land dat steeds vaker kwaliteitswijnen en vooral uitstekende mousserende wijnen voortbrengt. Voor veel wijnliefhebbers is Braziliaanse wijn dan ook een verrassende ontdekking.

De geschiedenis van de wijnbouw in Brazilië gaat terug tot de zestiende eeuw. Portugese kolonisten brachten rond 1532 de eerste wijnstokken mee naar de regio São Paulo. Later introduceerden jezuïeten Spaanse druivenrassen in het zuiden van het land. Lange tijd bleken de Europese druivenrassen echter slecht aangepast aan het warme en vochtige Braziliaanse klimaat. Pas in de negentiende eeuw kwam de wijnbouw echt van de grond, toen Amerikaanse druivenrassen zoals Isabella beter bestand bleken tegen ziektes en vochtige omstandigheden.
De grote doorbraak kwam vanaf ongeveer 1875, toen Italiaanse immigranten zich vestigden in de zuidelijke deelstaat Rio Grande do Sul. Zij brachten niet alleen kennis van wijnbouw mee, maar ook een echte wijncultuur. In de heuvelachtige streek Serra Gaúcha herkenden zij omstandigheden die hen deden denken aan Noord-Italië. Daar ontstond de basis van de moderne Braziliaanse wijnindustrie.
Toch bleef Braziliaanse wijn lange tijd vooral gericht op de binnenlandse markt. De kwaliteit was wisselend en innovatie bleef beperkt. Dat veranderde vanaf de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Buitenlandse producenten, waaronder Moët & Chandon, zagen potentieel in het relatief koele zuiden van Brazilië en investeerden in moderne wijntechnieken en apparatuur. Tegelijkertijd gingen lokale producenten experimenteren met betere druivenrassen, lagere opbrengsten en modernere vinificatie. Sindsdien heeft de kwaliteit van Braziliaanse wijn een enorme sprong gemaakt.
Het hart van de Braziliaanse wijnbouw ligt nog altijd in Rio Grande do Sul, de zuidelijkste deelstaat van het land. Alleen al deze regio is goed voor ongeveer negentig procent van de nationale wijnproductie. Binnen Rio Grande do Sul is Serra Gaúcha veruit de belangrijkste wijnstreek. Het gebied bestaat uit glooiende heuvels, ligt op hoogtes tot ongeveer 600 meter en heeft een relatief gematigd klimaat. Steden als Bento Gonçalves en Garibaldi vormen het centrum van de Braziliaanse wijnindustrie. Ook Vale dos Vinhedos, de bekendste appellatie van het land, ligt hier. Deze regio geldt als de bakermat van de Braziliaanse kwaliteitswijn.
Naast Serra Gaúcha zijn er andere interessante wijngebieden in opkomst. Campanha, vlak bij de grens met Uruguay, heeft drogere omstandigheden en lijkt qua terroir enigszins op Uruguay en Argentinië. Hier ontstaan steeds meer elegante rode wijnen van internationale allure. Verder noordelijk ligt Serra Catarinense, een hoger gelegen gebied waar de wijngaarden zich op meer dan 900 meter hoogte bevinden. Dankzij het koelere klimaat kunnen hier frisse, aromatische wijnen worden gemaakt. Sommige producenten experimenteren zelfs met ijswijn.
Een van de meest opmerkelijke wijngebieden van Brazilië ligt echter helemaal niet in het koele zuiden, maar in het tropische noordoosten: Vale do São Francisco. Dankzij irrigatie vanuit de São Francisco-rivier kunnen hier druiven worden verbouwd in een heet en droog klimaat dicht bij de evenaar. Het bijzondere is dat wijnmakers er soms twee oogsten per jaar kunnen binnenhalen, iets wat vrijwel nergens anders ter wereld mogelijk is. Dat levert unieke omstandigheden op voor wijnproductie en maakt Brazilië tot een van de meest experimentele wijnlanden ter wereld.
Qua druivenrassen is Brazilië een mix van traditie en internationale invloeden. Lange tijd domineerden Amerikaanse druivenrassen zoals Isabella en Concord, vooral vanwege hun weerstand tegen ziektes en vochtigheid. Deze druiven worden nog steeds gebruikt voor eenvoudige tafelwijnen en zoetere stijlen. Tegenwoordig richten kwaliteitsproducenten zich echter vooral op klassieke Europese druivenrassen, de zogenaamde Vitis vinifera.
Bij de rode druiven spelen cabernet sauvignon, merlot, tannat en pinot noir een belangrijke rol. Vooral merlot doet het opvallend goed in het koelere zuiden van Brazilië en levert vaak zachte, fruitige en toegankelijke wijnen op. Tannat, bekend uit Uruguay, wordt eveneens succesvol verbouwd en geeft stevige, kruidige rode wijnen. Voor witte wijn zijn chardonnay, riesling, gewürztraminer en sauvignon blanc populair. Chardonnay is bovendien essentieel voor de productie van mousserende wijn, een categorie waarin Brazilië internationaal steeds meer erkenning krijgt.
Wat kun je nu eigenlijk verwachten van een Braziliaanse wijn? Over het algemeen zijn Braziliaanse wijnen toegankelijk, fruitig en relatief fris van stijl. Door het klimaat behouden veel wijnen een levendige zuurgraad. Rode wijnen zijn vaak soepel en aromatisch, met veel rood en zwart fruit, zonder extreem zware tannines. Witte wijnen tonen doorgaans frisse citrus- en tropische tonen.
De absolute specialiteit van Brazilië zijn echter de mousserende wijnen, lokaal bekend als espumantes. Veel wijnkenners beschouwen deze tegenwoordig als de sterkste categorie van het land. Dankzij het relatief koele klimaat in delen van Zuid-Brazilië behouden druiven als chardonnay en pinot noir voldoende frisheid voor kwaliteitsbubbels. Braziliaanse mousserende wijnen combineren vaak rijp fruit met een frisse mousse en blijken regelmatig verrassend goed geprijsd. Sommige internationale proeverijen plaatsen Braziliaanse espumantes inmiddels tussen de beste mousserende wijnen van Zuid-Amerika.
Hoewel Brazilië nog geen wereldspeler is zoals Chili of Argentinië, groeit het internationale aanzien van het land gestaag. Producenten investeren steeds meer in terroirgericht werken, betere wijngaardbeheerstechnieken en duurzame wijnbouw. Ook neemt de aandacht voor herkomstbenamingen toe. Vale dos Vinhedos was de eerste officiële appellatie van het land, maar inmiddels beschikken meerdere regio’s over beschermde herkomstsystemen. Dat helpt om kwaliteit beter te definiëren en internationaal herkenbaar te maken.
De vooruitzichten voor de Braziliaanse wijnbouw lijken positief. Klimaatverandering speelt daarbij paradoxaal genoeg deels in het voordeel van bepaalde Braziliaanse regio’s. Hogergelegen gebieden en koelere zuidelijke zones worden steeds geschikter voor kwaliteitswijnbouw. Tegelijkertijd beschikt Brazilië over enorme geografische diversiteit, waardoor producenten kunnen experimenteren met uiteenlopende stijlen en druivenrassen.
De grootste uitdaging blijft internationale zichtbaarheid. Braziliaanse wijn wordt nog altijd relatief weinig geëxporteerd en veel consumenten associëren het land eerder met koffie, voetbal of caipirinha’s dan met wijn. Toch lijkt dat beeld langzaam te veranderen. De kwaliteit stijgt zichtbaar, vooral bij mousserende wijnen en frisse rode blends. Voor avontuurlijke wijnliefhebbers vormt Brazilië daarmee een van de interessantste opkomende wijnlanden van dit moment.
Wie vandaag een goede Braziliaanse wijn proeft, ontdekt een wijnland dat volop in ontwikkeling is: jong, ambitieus, experimenteel en steeds zelfverzekerder. Misschien is Brazilië nog geen gevestigde naam in de wijnwereld, maar het heeft alles in huis om de komende decennia een veel grotere rol te gaan spelen.