Ratsja-Letsjchoemi ligt in het noordwesten van Georgië, hoog in de bergen langs de bovenloop van de rivier de Rioni. Bestuurlijk vormen Ratsja en Letsjchoemi één regio en daarom worden ze ook altijd in één adem genoemd. Maar in de wijnbouw zijn het eigenlijk twee afzonderlijke gebieden met elk hun eigen wijncultuur. De streek is historisch vooral bekend om twee halfzoete wijnen met een beschermde herkomstbenaming: de rode Khvanchkara uit Ratsja en de witte Tvishi uit Letsjchoemi. Tegenwoordig laten steeds meer wijnmakers zien dat in Ratsja en Letsjchoemi ook uitstekende droge wijnen kunnen worden gemaakt.

In Georgië geldt Ratsja als een bijna mythische streek, geroemd om zijn natuur, keuken, muziek en eigenzinnige bewoners. Het is een hooggelegen gebied, aan alle kanten omringd door bergen, met toppen tot 4.300 meter. Vanuit het lager gelegen Imeretië bereik je de regio via een bochtige bergweg over een pas van ruim 1.200 meter. Vooral in de winter is deze regio daardoor sterk geïsoleerd. Van de bijna 2.900 vierkante kilometer is een groot deel bebost. Ongeveer 1.600 hectare is beplant met wijnstokken. De belangrijkste plaatsen zijn Ambrolauri, het centrum van de streek, en Oni verder naar het oosten.
Eeuwen geleden was Ratsja vooral beroemd om Khimshuri, een droge rode wijn van lokale druiven. Door de enorme vraag vanuit Rusland, waar men van zoete wijnen houdt, werd de streek later bekend om iets heel anders: de halfzoete rode Khvanchkara, één van de beroemdste wijnen van Georgië.
Khvanchkara is een beschermde herkomstbenaming, oftewel een appellatie. Khvanchkara beslaat ongeveer 360 hectare aan wijngaarden op beide hellingen van het dal van de Rioni. Aan de zuidkant liggen de wijngaarden rond 450 meter hoogte, aan de noordkant op 750 tot 800 meter. De noordoever geldt als het betere terroir: de druiven krijgen daar meer zon en worden beschermd door de hoge toppen van de Kaukasus, waardoor ze meer suikers opbouwen.
Khvanchkara werd in de negentiende eeuw beroemd dankzij Dimitri Kipiani, een Georgische edelman die in Ratsja de beste wijngaarden opkocht. Hij bracht een traditionele halfzoete rode wijn met succes op de markt, die bekend werd als "de wijn van Kipiani". De wijn was vooral gebaseerd op de Aleksandrouli, een druif die zeer hoge suikergehaltes kan bereiken, soms aangevuld met sap van de Mujuretuli-druif.
De druiven werden laat geoogst. Doordat het bij het begin van de winter snel kouder werd, viel de gisting vaak vanzelf stil, waardoor een deel van de suiker in de wijn achterbleef. Hoe zoet de wijn werd, verschilde daardoor van jaar tot jaar.
In 1932 standaardiseerde het Georgische staatswijnbedrijf Samtrest de productie. De gisting werd voortaan kunstmatig gestopt door de most te koelen. De wijn bevatte hierdoor 30 tot 50 gram restsuiker per liter. Khvanchkara groeide uit tot een van de meest gewilde Georgische wijnen. Daardoor werd het ook vaak nagemaakt. Om fraude tegen te gaan heeft de overheid inmiddels een strikt systeem ingevoerd om de herkomst van de druiven te controleren.
De bodems in Ratsja zijn zeer gevarieerd, met kalkhoudende klei, zand, vuursteen en op sommige plekken rode terra rossa op kalksteen. De zomers zijn warm en droog, maar wintervorst en late voorjaarsvorst vormen een risico voor de druiven. Door klimaatverandering valt er bovendien vaker regen tijdens de late oogst. Ratsja ligt ook nog in een aardbevingsgevoelig gebied. Aardverschuivingen hebben al meerdere wijngaarden getroffen.
Traditioneel werden de druiven met de voeten gekneusd. De wijn gistte en rijpte in churi, zoals de qvevri hier heten, die met klei werden afgesloten en buiten in de kou stonden. Tegenwoordig willen steeds meer wijnmakers bewijzen dat Ratsja ook fraaie droge wijnen kan voortbrengen. Ze werken daarbij vaak met vergeten inheemse rassen, zoals Rachuli Tetri. Dat is niet eenvoudig: wie alleen met wilde gisten werkt, heeft weinig grip op de gisting zodra de koude inzet, waardoor de stijl van jaar tot jaar kan verschillen.
Ten westen van Ratsja ligt Letsjchoemi, een nog afgelegener gebied met diepe, smalle rivierdalen. De wijnbouw is hier beperkt tot kleine percelen in een handvol dorpen. De wijngaarden liggen vaak op zeer steile hellingen. Het klimaat is wisselender dan in Ratsja: dichter bij de Zwarte Zee is het vochtig, hoger in de bergen blijft sneeuw soms het hele jaar liggen. De meeste wijngaarden liggen in beschutte dalen, met een gunstige ligging op het zuiden.
Vroeger werden de wijnstokken langs bomen geleid, tegenwoordig staan ze meestal aan draad. Aan het eind van de negentiende eeuw werden er nog tientallen druivenrassen verbouwd. De belangrijkste blauwe druiven waren Aleksandrouli en Usakhelouri. In verschillende dorpen zijn die nog altijd te vinden, naast Orbeluri Ojaleshi.
Letsjchoemi heeft één beschermde herkomstbenaming: Tvishi. Dit gebied bestaat uit ongeveer 150 hectare en ligt rond de dorpen Tvishi en Alpana. Tvishi is een halfzoete witte wijn van de Tsolikouri-druif. Het is een Sovjetuitvinding: de druif werd vóór 1900 nauwelijks in de streek verbouwd. Na het succes van de halfzoete rode Khvanchkara wilden de Sovjets er een witte tegenhanger naast zetten.
De wijngaarden liggen op kalkhellingen boven de rivier de Rioni, vooral op zware kleileem. De meeste druiven worden verkocht aan grote wijnhuizen in andere regio's, die er een Tvishi onder hun eigen naam van maken, met meestal 10 tot 11,5 procent alcohol en 30 tot 50 gram restsuiker per liter. Enkele kleine wijnboeren maken inmiddels ook droge witte wijn van Tsolikouri.