Hongarije telt veertien erkende wijndistricten, van het wereldberoemde zoete Tokaj tot de rode Stierenbloed-wijnen van Eger. Een land met een eeuwenoude wijntraditie en een grote diversiteit aan inheemse druivenrassen.

De wijngaarden van Ászár-Neszmély liggen aan de kronkelende Donau, tegen de noordgrens van Hongarije. Het wijndistrict stond in 1998 in één klap op de wijnkaart toen wijnhuis Hilltop met haar Chardonnay de prijs won voor 'Beste witte wijn van het jaar' in Groot-Brittannië. Het terroir leent zich voor frisse, aromatische en elegante witte wijnen.
Rond het Hongaarse Balaton meer wordt sinds onze jaartelling wijn gemaakt. Het meer brengt verkoeling en weerkaatst de zonneschijn op de wijngaarden. Het klimaat en de vulkanische grond creëren een specifiek terroir. Wijnboeren maken er vooral witte wijnen. Er liggen vijf verschillende wijndistricten rond het meer: Badacsony, Balatonfelvidék, Balatonboglár, Balatonfüred-Csopak en Zala.
De wijnregio's Bükkalja en Mátraalja zijn twee minder bekende Hongaarse wijnregio's, direct ten oosten en westen van de grote broer Eger. Mátraalja is veruit de grootste van de twee en vooral bekend van zijn kruidige witte wijnen; Bükkalja is nog in opkomst.
Het wijndistrict Eger wordt vaak met het Franse Bourgondië vergeleken, maar in Eger staan veel meer verschillende druiven aangeplant. Daar maken de wijnmakers hun beroemde 'Stierenbloed' van. Sinds de val van de Muur is Eger aan een tweede jeugd begonnen en ging de kwaliteit van de wijnregio met rasse schreden vooruit. In 1995, 1998, 2005 en 2009 leverde Eger de Hongaarse wijnmaker van het jaar.
Het wijndistrict Etyek-Buda ligt vlak bij de hoofdstad Boedapest, waar al eeuwen wijn wordt gemaakt. De regio genoot haar grootste roem in de 19e eeuw, toen ze het Oostenrijks-Hongaarse rijk van haar bubbels voorzag — deze Hongaarse 'champagne' was wereldberoemd. Tegenwoordig worden er naast sprankelende bubbels veel fonkelfrisse, stille witte wijnen gemaakt.
In het noorden van Hongarije, in de prachtige vallei tussen de heuvels Vértes en Bakony, ligt Mór. Dit Hongaarse wijndistrict is één van de kleinste en onbekendste van het land. Het is de thuishaven van de Ezerjó druif, die stevige, frisse witte wijnen geeft.
Het wijndistrict Pannonhalma, op één na het kleinste van Hongarije, is vooral bekend vanwege het oeroude Benedictijnse klooster op de centraal gelegen heuvel, dat al duizend jaar goede wijn maakt: Pannonhalmi Apátsági. Inmiddels hebben de monniken het wijnmaken uitbesteed aan professionele oenologen.
Hoewel het kleine wijndistrict Pécs, in het zuiden van Hongarije, met maar 600 hectare wijngaarden buiten Hongarije nauwelijks bekend is, is de wijnbouw er alles behalve nieuw. Al in de Romeinse tijd stond Pécs bekend als de poort naar de Balkan, waar verschillende handelsroutes samenkwamen. In de negentiende eeuw werden er witte druiven geteeld voor de Hongaarse 'champagne', die in Boedapest werd gemaakt en het Oostenrijks-Hongaarse rijk van zijn bubbels voorzag.
De wijngaarden van het kleine Hongaarse wijndistrict Somló liggen op en rond de flanken van een uitgedoofde vulkaan. Sinds de middeleeuwen wordt aan de wijnen uit Somló een medicinale werking toegeschreven: ze zouden de vruchtbaarheid verhogen. Habsburgse prinsen dronken wijn van de Juhfark druif uit Somló tijdens de huwelijksnacht — het zou de geboorte van een zoon garanderen.
Het wijndistrict Sopron, aan de grens met het Oostenrijkse Burgenland, is belangrijk voor rode wijnen. De wijngaarden liggen aan de oever van het Neusiedlermeer en aan de voet van de Alpen. De Kékfrankos druif is het paradepaardje — deze druif heeft Sopron na een eeuw van radiostilte weer op de wijnkaart gezet.
In de negentiende eeuw waren Franz Schubert en Frantz Liszt enkele van de vele beroemdheden die op feestjes in Wenen rode wijn uit Szekszárd dronken. Schubert zou er zelfs de inspiratie voor zijn beroemde Forellenkwintet aan te danken hebben. Hij gaf een fles aan Paus Pius IX in 1865, die verklaarde: 'Deze wijn uit Szekszárd bevordert mijn gezondheid en geest.'
De oudste wijnappellatie ter wereld ligt niet in Frankrijk, maar hier in Oost-Hongarije. In de zeventiende eeuw doopte de Franse koning Lodewijk XIV zijn favoriete zoete Tokaji wijn tot 'Wijn der Koningen, Koning der Wijnen' — de Hongaarse Tokaj was in die tijd de duurste wijn ter wereld. De laatste jaren zijn droge witte wijnen uit Tokaj in opkomst, met droge Furmint als populairste. Een andere trend is de Late Harvest Tokaji: fris gemaakte edelzoete wijn van laat geoogste druiven.
Het wijngebied Tolna is nog maar sinds het einde van de vorige eeuw zelfstandig. Het ligt op de grens tussen 'wit en rood': in het noorden, dicht bij het Balatonmeer, worden witte wijnen gemaakt, in het zonnige zuiden zijn de rode in de meerderheid. Tolna is jong en energiek, en de kwaliteit van de wijnen wordt steeds beter.
De wijnregio Villány-Siklos is een van de betere van Hongarije. Er worden levendige, kruidige rode wijnen gemaakt van de blauwe druiven Portugieser, Kadarka, Cabernet Franc en Kékfrankos. De Hongaarse Wijnmaker van het Jaar is al verscheidene keren uit Villány-Siklos gekomen — deze wijnregio staat binnen (en buiten) Hongarije dan ook goed aangeschreven.